Anna is 32 jaar en woont in een huis aan de Kerkstraat. Het huis heeft twee kamers en een kleine keuken waar ze elke ochtend ontbijt. Ze staat om 9:00 uur op, drinkt koffie aan de tafel en kijkt op haar telefoon. Daarna maakt ze haar tas klaar en gaat ze naar buiten.
Om 10:00 uur fietst Anna naar de supermarkt op de Markt. De afstand is niet groot en de rit duurt ongeveer 12 minuten. In de winkel koopt ze brood, melk en appels. Bij de kassa betaalt ze 18 euro. Ze stopt de boodschappen in haar tas en verlaat de winkel.
Na de boodschappen fietst Anna terug naar huis. In de keuken zet ze alles op tafel en gaat ze even zitten. Later eet ze een brood en neemt ze tijd om te rusten. Zo begint haar dag rustig en georganiseerd.
Moeilijke woorden
verlaten – weggaan van een plek
afstand – hoe ver iets is
organiseren – dingen op orde brengen
